Voor veel medewerkers is een plaatsingsproces met alle regels en richtlijnen 'abacadabra'. De grove contouren zijn vaak wel duidelijk, omdat deze in informatiebijeenkomsten wel worden toegelicht. Maar de precieze ins en outs blijven vaak een mysterie. En dat maakt dat veel medewerkers geen gerust gevoel hebben bij het hele proces.

Verwarrend
De regels van het plaatsingsproces liggen vast in het sociaal statuut. Dit sociaal statuut wordt ter beschikking gesteld aan de medewerkers, maar het plaatsingsproces wordt er voor hen niet altijd door verduidelijkt. Sterker nog, de manier waarop bepaalde artikelen geformuleerd zijn, kan soms leiden tot verwarring. Ook de informatievoorziening vanuit de organisatie is niet altijd eenduidig.

Ruimte voor ambitie?
Om mensen niet al te zeer ongerust te maken over het plaatsingsproces worden nog wel eens verwachtingen gecreëerd die een plaatsingscommissie volgens de regels van het sociaal statuut in een later stadium niet altijd waar kan maken. Een voorbeeld hiervan is vermeende ruimte voor ambitie. Medewerkers worden uitgenodigd hun belangstelling kenbaar te maken voor een of meer voorkeursfuncties. Soms wordt hierbij gestimuleerd "je kans te pakken". En dit schept natuurlijk verwachtingen. Wanneer een uitgangspunt van het sociaal statuut is dat medewerkers hun functie volgen waar de formatie dit toestaat, dan plaatst de commissie medewerkers waar mogelijk op hun ongewijzigde functie. Vaak gaat het om een technische omzetting van de oude naar de nieuwe organisatie. Een plaatsingsproces biedt dan ook weinig ruimte voor ambitie.  

Juridische teksten
Doe daar bovenop de soms verwarrende, juridisch getinte teksten uit het sociaal statuut en de verwarring is compleet. Deze teksten kunnen soms op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Het komt zelfs voor dat teksten tegenstrijdig zijn. Een voorbeeld uit een sociaal statuut: 

In een van de eerste artikelen uit het statuut staat: "Uitgangspunt is dat iedere medewerker wordt geplaatst op een volgfunctie……."

Terwijl verderop staat: "De medewerker wordt geplaatst op een functie die zoveel mogelijk aansluit bij zijn huidige taken of op een functie die de medewerker in een nieuwe organisatie ambieert ….."

Het laatste gedeelte van deze zin schept verwachtingen. Maar de commissie zal het uitgangspunt mens-volgt-werk hanteren. De rest laat zich raden…

Check!
Iedere projectgroep zou in de concept-fase van het sociaal statuut de tekst goed moeten screenen op onduidelijkheden, tegenstrijdigheden en omissies. Dit lijkt een open deur maar gebeurt in de praktijk echt te weinig. Schakel desnoods deskundigheid hierbij in om de inhoud van het sociaal statuut hier op te beoordelen. Vervolgens is het goed om de inhoud op een laagdrempelige manier en stapsgewijs te delen met medewerkers. Een juiste informatievoorziening schept duidelijkheid en voorkomt verwarring.